Werkbezoek Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid

Waarom vragen politici niet aan ons wat we nodig hebben?

door Hidde Tangerman, freelance journalist

AMSTERDAM, 18 maart 2016

Iedereen die naar Nederland immigreert is verplicht om een inburgeringscursus te volgen en de taal te leren. Wat vinden deze ‘nieuwe Nederlanders’ eigenlijk zelf van de inburgering? Tegen welke problemen lopen ze aan, wat missen ze en waar hebben ze behoefte aan?

Om deze vragen te beantwoorden organiseerde Annelies Braams van Nedles – een Nederlandse taalschool voor hogeropgeleiden – een middag waarbij haar cursisten hun ervaringen konden delen met Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch van de PvdA. Marcouch wil de ervaringen meenemen naar een groot debat over inburgering, dat op 21 april in de Tweede Kamer wordt gehouden.

Oerhollandse stroopwafels
In de sfeervolle woonkamer van Nedles aan de Nieuwe Herengracht staan koffie, sinaasappelsap en oerhollandse stroopwafels klaar. Één voor één druppelen de cursisten binnen. De meesten komen uit Syrië, waar ze de oorlog zijn ontvlucht, maar er zijn ook migranten uit Turkije, Engeland, Oekraïne, Rusland en Soedan. Allemaal zijn ze hoger opgeleid en hebben in hun eigen land gestudeerd. Ze spreken goed Nederlands, al wordt er bij ingewikkelde onderwerpen overgeschakeld op Engels.

Ahmed Marcouch, casual gekleed in spijkerbroek en grijze trui, richt kort het woord tot de cursisten. Op zijn tiende uit Marokko naar Nederland gekomen is hij zelf ook migrant. Hij raadt de kersverse Nederlanders aan om het land te leren kennen door verschillende plekken te bezoeken. Staar je niet blind op Amsterdam maar ga ook eens naar Friesland, Zeeland of Limburg, aldus de PvdA politicus.

Marcouch: “Toen ik voor het eerst in Zeeland de deltawerken zag en begreep hoe de strijd tegen het water was gevoerd, kwam de liefde voor Nederland nog meer in mijn hart. Ik vind het belangrijk dat we niet alleen met het hoofd verbonden raken met Nederland, maar ook met het hart. Dus ga dit land verkennen!”

Geen vrienden
De cursisten worden onderverdeeld in kleine groepjes. Onder leiding van een taaldocent van Nedles vertellen ze hoe ze de inburgering ervaren en wat er beter zou kunnen. Op drie houten tafels liggen grote vellen papier waarop alle ideeën, adviezen, behoeften en klachten worden genoteerd.

Zo heeft Eisa Yousif behoefte aan een Nederlands netwerk. Als afgestudeerd geoloog uit Soedan heeft hij veel specialistische kennis en ervaring, maar vanwege zijn gebrekkige Nederlands wordt hij niet uitgenodigd op sollicitatiegesprekken. Hij mist persoonlijke contacten die hem kunnen aanbevelen en aan werk kunnen helpen.

Muhannad uit Syrië wil niets liever dan af en toe een praatje maken met gewone Nederlanders op straat. Maar dat blijkt moeilijk. “Mensen staan er niet voor open. Ze willen niet met je praten als ze je niet kennen.” Hij woont al ruim anderhalf jaar in een rijtjeshuis in Weesp, maar hij heeft geen Nederlandse vrienden.

Mohammed, ook uit Syrië, zou juist graag politici spreken. “Elke dag lees ik over ons in de krant. Maar waarom vragen de politici niet aan ons wat we nodig hebben en hoe de begeleiding het best geregeld kan worden? Wij zijn tenslotte de eindgebruikers.”

Gratis rijbewijs
Over het algemeen waarderen de cursisten de regelingen omtrent de inburgering, maar er zijn ook verbeterpunten. Liza uit Oekraïne vindt het raar dat ze het examen ‘Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ moet afleggen. “De bedoeling van dat examen is mij helpen een baan te vinden, maar ik werk hier al acht maanden.”

Volgens Mohiman uit Syrië zou er bij de inburgeringsexamens meer aandacht moeten zijn voor verschillen in opleidingsniveau. “Nu wordt iedereen over één kam geschoren. Maar het is veel effectiever om categorieën aan te brengen.” Daar is Liza het mee eens. “Als jullie het structureren, kunnen sommige mensen wat sneller gaan.”

Er zijn ook tips. Zo pleit Mohiman ervoor om lager opgeleide vluchtelingen voor weinig geld een rijbewijs te laten halen. “Lager opgeleiden blijven het langst met een uitkering zitten. Een rijbewijs kan voor hun een baan opleveren.” Marcouch vindt het een goed idee.

Een Britse cursist vertelt dat hij als EU burger door de gemeente Amsterdam vijf informatieavonden kreeg aangeboden over zaken als onderwijs, zorgverzekeringen en Nederlandse normen en waarden. “Echt geweldig, allemaal informatie die je nooit zou opzoeken op het internet. Maar waarom is dat alleen voor EU burgers en niet voor andere migranten?”

Zangavonden in het café
Volgens Annelies Braams van Nedles is geld het probleem niet. “Vluchtelingen krijgen van de overheid 10.000 euro budget voor hun voorbereiding op het inburgeringsexamen. Dat is veel te veel voor alleen taallessen, maar het is onduidelijk wat je er nog meer mee kunt doen. Reizen mag bijvoorbeeld niet.”

Braams vindt dat het geld ook moet kunnen gaan naar activiteiten die de inburgering versterken. Zo organiseert ze met Nedles Nederlandse filmavonden, excursies naar Amsterdamse musea en zangavonden in het café met Nederlandse liederen. “Het geld zou ook aan dit soort uitjes besteed moeten kunnen worden, maar de regelingen zijn heel ondoorzichtig.”

Wat extra financiële ruimte zou de cursisten goed uitkomen. Mohiman vindt reizen in Nederland bijvoorbeeld erg duur. “Mijn eerste schok waren de kosten van het openbaar vervoer. Vijftien euro voor een ritje met de trein!” Daar moet Marcouch misschien ook iets aan doen, als hij wil dat de migranten Nederland beter leren kennen.

Op bezoek in de Tweede Kamer Iedereen komt aan de beurt om zijn verhaal te doen. Marcouch luistert geduldig, vraagt en geeft advies. Aan het einde van de middag heeft hij nog een verrassing voor de cursisten in petto. “Jullie hebben mij vandaag hier uitgenodigd. Ik wil jullie ook graag uitnodigen om bij mij op bezoek te komen in de Tweede Kamer.” Het voorstel wordt enthousiast in ontvangst genomen. En wie weet zal het een enkeling inspireren om ook de Nederlandse politiek in te gaan, net zoals Marcouch tien jaar geleden.